ECLI:NL:RBHAA:2011:BR6770
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.J.J. Vonk
- H.A.J. Kroon
- Chr.Th.P.M. Zandhuis
- Rechtspraak.nl
Toerekening kosten voorwaardelijke pensioentoezegging aan jaar 2005
De rechtbank Haarlem behandelde een geschil tussen een naamloze vennootschap en de Belastingdienst over de fiscale toerekening van kosten verbonden aan een voorwaardelijke pensioentoezegging. De kernvraag was of deze kosten geheel aan het jaar 2005 konden worden toegerekend of gespreid moesten worden over de periode 2006-2020, omdat de pensioenaanspraken voorwaardelijk waren en afhankelijk van toekomstig dienstverband.
De rechtbank stelde vast dat de pensioenaanspraken hun oorsprong vinden in niet-benutte fiscale pensioenruimte tot en met 2005 en dat de omvang van de aanspraak vaststaat per 31 december 2005. De voorwaardelijkheid betreft slechts het in dienst blijven tot de financieringsdatum, maar beïnvloedt niet de hoogte van de aanspraak. De kosten zijn daarmee niet toe te rekenen aan toekomstige arbeidsprestaties.
De rechtbank verwierp het standpunt van de Belastingdienst dat de kosten gespreid moesten worden, ook al erkende zij de redelijke mate van zekerheid dat de uitgaven zich zullen voordoen. De uitspraak op bezwaar werd vernietigd, de aanslag verminderd en de Belastingdienst werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
De uitspraak benadrukt dat de voorwaardelijke pensioentoezegging geen beloning is voor toekomstige arbeid en dat de fiscale voorziening daarom volledig aan 2005 moet worden toegerekend. Het arrest van de Hoge Raad over een seniorenverlofregeling werd als niet vergelijkbaar beschouwd.
Uitkomst: De kosten van de voorwaardelijke pensioentoezegging worden volledig toegerekend aan het jaar 2005, waardoor de aanslag vennootschapsbelasting wordt verminderd.