ECLI:NL:RBHAA:2011:BW5844
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling redelijke voortvarendheid bij navorderingsaanslag wegens verzwegen buitenlands banktegoed
Eiser diende een navorderingsaanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (ib/pvv) over 2006 in, waarin ook correcties over de jaren 1997 tot en met 2004 en vermogensbelasting (vb) 1998 tot en met 2000 waren verwerkt. Dit betrof een navordering wegens verzwegen banktegoed bij een Zwitserse bank.
De Belastingdienst stelde nadere vragen en voerde meerdere contacten met eiser over de vaststelling van het vermogen, rendement en bronbelasting. Na een vaststellingsovereenkomst legde de inspecteur de navorderingsaanslag op met toepassing van de verlengde navorderingstermijn van twaalf jaar.
Eiser voerde aan dat de inspecteur niet met redelijke voortvarendheid had gehandeld en dat de verlengde navorderingstermijn in strijd was met artikel 56 EG Pro-Verdrag. De rechtbank oordeelde dat de inspecteur voldoende voortvarendheid had betracht, gelet op de complexiteit van de zaak en de communicatie met eiser. Tevens werd geoordeeld dat de verlengde navorderingstermijn gerechtvaardigd is en niet in strijd met het EG-Verdrag.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de navorderingsaanslag gehandhaafd. De rechtbank zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de navorderingsaanslag gehandhaafd.