ECLI:NL:RBLEE:2007:BC0567
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Lijfrenteaftrek bij overdracht melkveehouderij aan eigen BV niet toegestaan wegens liquidatievoornemen
Eiser bracht zijn melkveehouderij in een maatschap met zijn echtgenote en een eigen BV in, waarbij lijfrente-overeenkomsten werden bedongen tussen eiser, echtgenote en de BV. De vraag was of deze lijfrenten aftrekbaar waren als tegenprestatie voor de overdracht van een onderneming volgens artikel 45 van Pro de Wet op de inkomstenbelasting 1964.
De rechtbank stelde vast dat op het moment van inbreng (28 december 2000) reeds vaststond dat de onderneming in Nederland zou worden geliquideerd, mede gelet op het advies van de belastingadviseur, de aankoop van een Canadese melkveehouderij en de financiering daarvan, en de feitelijke uitvoering van verkoopplannen.
Hierdoor kon niet worden gesproken van een overdracht van een onderneming aan de BV, maar van een overdracht met het oog op liquidatie. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard en de aanslag gehandhaafd. Ook het subsidiaire beroep op het EEG-Verdrag werd verworpen.
De rechtbank legde geen proceskostenveroordeling op en wees op de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof te Leeuwarden.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard omdat bij inbreng van de onderneming reeds vaststond dat deze zou worden geliquideerd, waardoor de lijfrentepremies niet aftrekbaar zijn.