ECLI:NL:RBLEE:2010:BN7147
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid werkgever voor val werknemer na corrigerend duwtje leidinggevende
Op 19 januari 2004 stond werknemer, voor de grap, in een krappe doos tijdens werktijd in een supermarkt van Super De Boer. De assistent-bedrijfsleider gaf hem een corrigerend duwtje, waarna de werknemer viel en letsel opliep. De werknemer vordert een verklaring voor recht dat Super De Boer aansprakelijk is voor de schade op grond van schending van de zorgplicht (art. 7:658 BW Pro) en subsidiair op grond van artikel 6:170 BW Pro wegens fout van een ondergeschikte.
De rechtbank stelt vast dat de gedraging van de werknemer afwijkt van normale werkzaamheden en dat de werkgever niet hoefde te waarschuwen voor het in dozen staan. De zorgplicht is niet geschonden, zodat de vordering op grond van artikel 7:658 BW Pro wordt afgewezen. Ten aanzien van artikel 6:170 BW Pro oordeelt de rechtbank dat de assistent-bedrijfsleider als leidinggevende een fout heeft gemaakt door een duw te geven terwijl hij had moeten begrijpen dat de werknemer zou kunnen vallen. Dit maakt Super De Boer aansprakelijk.
De rechtbank wijst echter de vordering af omdat onvoldoende is vastgesteld dat de werknemer daadwerkelijk materiële of immateriële schade heeft geleden door het ongeval. De werknemer krijgt de gelegenheid bewijs te leveren van de schade, onder meer door getuigenverhoor, waarna verdere beslissing volgt.
Uitkomst: Werkgever aansprakelijk voor fout van leidinggevende, maar bewijs van schade moet nog worden geleverd.