ECLI:NL:RBLEE:2011:BS1750
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwaardering regresvordering uit hoofde van borgtocht als negatief resultaat uit overige werkzaamheden
Eiseres had een borgtocht afgegeven voor leningen van haar echtgenoot bij een bank, die gebruikt werden voor diens onderneming. Toen de onderneming faalde en de woning van eiseres werd verkocht, ontstond een regresvordering van eiseres op haar echtgenoot. Verweerder stelde dat deze regresvordering niet als werkzaamheid kwalificeerde omdat de onderneming per 1 mei 2004 was gestaakt.
De rechtbank stelde vast dat de borgtocht overeenkomstig het Burgerlijk Wetboek een regresvordering creëert vanaf het moment van borgstelling, ook al is deze voorwaardelijk. Deze regresvordering kwalificeert als een werkzaamheid volgens artikel 3.91 Wet IB 2001. De rechtbank verwierp het standpunt van verweerder dat de regresvordering pas ontstond bij betaling aan de bank.
Verder oordeelde de rechtbank dat de afwaardering van €109.287 door eiseres op haar regresvordering gerechtvaardigd is gezien de insolventie van haar echtgenoot. Ook het subsidiaire standpunt van verweerder dat de borgstelling een onzakelijke transactie zou zijn, werd verworpen. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak op bezwaar en verlaagde de aanslag tot een negatief belastbaar inkomen uit werk en woning van €96.596.
Tot slot werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiseres en het griffierecht vergoed. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Leeuwarden op 1 augustus 2011.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en vermindert de aanslag tot een negatief belastbaar inkomen uit werk en woning van €96.596.