ECLI:NL:GHAMS:2011:BP6980
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- E.A.G. van der Ouderaa
- E.F. Faase
- J.A. van Horzen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over fiscale behandeling van borgstelling en regresvordering bij aanmerkelijk belang
Belanghebbende, middellijk aandeelhouder van A BV, stelde zich borg voor een bedrag van € 500.000 jegens Bank R. Na stillegging en faillissement van A BV ontstond discussie over de fiscale behandeling van een negatief resultaat uit een werkzaamheid gerelateerd aan de borgstelling en de regresvordering.
De rechtbank had geoordeeld dat een regresvordering pas in aanmerking kan worden genomen op het moment dat de borg daadwerkelijk wordt aangesproken. Het Hof volgt deze uitleg niet en stelt dat de regresvordering en de borgtochtverplichting vanaf het moment van het aangaan van de borgtocht tot het werkzaamheidsvermogen behoren. Goed koopmansgebruik staat toe om bij dreigende insolvabiliteit een negatief saldo als passiefpost te waarderen.
Het Hof vernietigt de uitspraken van de rechtbank en de inspecteur, verklaart het beroep gegrond, vermindert de aanslag 2005 tot nihil, stelt het verlies uit werk en woning vast op € 429.711 en het met 2002 te verrekenen verlies op € 343.769. Het bezwaar tegen de voorlopige aanslag 2006 wordt alsnog niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de termijn.
Daarnaast veroordeelt het Hof de inspecteur tot vergoeding van proceskosten en griffierechten. De uitspraak is gedaan door de belastingkamer van het Gerechtshof Amsterdam op 3 maart 2011.
Uitkomst: Het Hof vernietigt de eerdere uitspraken, vermindert de aanslag 2005 tot nihil, stelt het verlies vast op € 429.711 en verklaart het bezwaar tegen de voorlopige aanslag 2006 niet-ontvankelijk.