Conclusie
Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden
1.Inleiding
2.De feiten en het geding voor het Hof
3.Het geding in cassatie
4.Wetgeving, jurisprudentie en literatuur
Wetgeving
Mogelijk is dat de schuld intern een der hoofdelijke schuldenaren in het geheel niet aangaat. Men denke aan het geval dat overeenkomstig de bedoeling van twee schuldenaren de tegenwaarde van hun hoofdelijke schuld aan één hunner ten goede is gekomen. Van enig onderling verhaal is dan geen sprake wanneer de schuldeiser werd voldaan door de schuldenaar wie de zaak aanging. Betaalt daarentegen de andere schuldenaar wie de zaak niet aanging, dan heeft hij verhaal ten belope van het gehele betaalde bedrag. In het oude recht (art. 1331 BW Pro (oud)) werden niet-draagplichtige medeschuldenaren onder elkaar als borgen beschouwd. (...)