ECLI:NL:RBLEE:2012:BW0256
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.B.A. Brummer
- H.J. Haanstra
- Rechtspraak.nl
Navorderingsaanslag buitenlandse bankrekeningen verminderd wegens onvoldoende voortvarendheid Belastingdienst
Eiser had bankrekeningen en een effectendepot in Luxemburg niet opgegeven in zijn belastingaangiften over de jaren 1997 tot en met 2007. Na melding van dit onjuist opgegeven vermogen in 2009 en een verzoek om toepassing van de inkeerregeling, legde de Belastingdienst een navorderingsaanslag op voor het jaar 1998, vermeerderd met heffingsrente.
Eiser maakte bezwaar tegen de navorderingsaanslag en stelde dat de Belastingdienst onvoldoende voortvarend had gehandeld bij het opleggen van de aanslag, waardoor de verlengde navorderingstermijn niet geoorloofd was. De Belastingdienst voerde aan dat de verwerkingstijd binnen redelijke termijn was gebleven, mede gezien de complexiteit en internationale fraude.
De rechtbank oordeelt dat tussen oktober 2009 en juni 2010 een periode van acht maanden is verstreken waarin de Belastingdienst feitelijk niets heeft gedaan aan de inhoudelijke behandeling van het dossier. Dit is onvoldoende voortvarendheid en strijdig met het arrest van de Hoge Raad. Daarom wordt de navorderingsaanslag verminderd tot €6.552 en de heffingsrente tot nihil. Tevens worden de proceskosten van eiser toegewezen.
Uitkomst: De navorderingsaanslag wordt verminderd tot €6.552 wegens onvoldoende voortvarendheid van de Belastingdienst.