ECLI:NL:GHARL:2013:BZ8586
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen navorderingsaanslag inkomstenbelasting en heffingsrente inzake evenredigheidsbeginsel
Belanghebbende is over het jaar 1998 een navorderingsaanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd met heffingsrente. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur deze aanslag. Belanghebbende ging in beroep bij de rechtbank, die de aanslag en heffingsrente vernietigde en de aanslag verminderde. De Inspecteur stelde hiertegen hoger beroep in bij het gerechtshof.
De kern van het geschil was of de navorderingsaanslag en heffingsrente in strijd waren met het Europeesrechtelijke evenredigheidsbeginsel. Belanghebbende stelde dat de Inspecteur niet voortvarend had gehandeld na ontvangst van het inkeerverzoek in augustus 2009, met name in de periode oktober 2009 tot juni 2010. De Inspecteur betwistte dit en verwees naar de complexiteit van de zaak, de incomplete informatie van belanghebbende en de grote hoeveelheid inkeerders bij de Belastingdienst.
Het hof oordeelde dat de Inspecteur pas op 2 november 2010 over alle benodigde informatie beschikte en dat het tijdsverloop tot dat moment niet onredelijk was gezien de omstandigheden. Ook vond het hof dat de Inspecteur vanaf medio januari 2010 actie had moeten ondernemen, maar dat de periode daarna niet te lang was. De navorderingsaanslag was derhalve niet in strijd met het evenredigheidsbeginsel opgelegd. Het hof vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond.
Tegen deze uitspraak staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad binnen zes weken na verzending.
Uitkomst: Het hof verklaart het beroep van belanghebbende ongegrond en vernietigt de uitspraak van de rechtbank.