Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
- een verzoekschrift met producties, ontvangen op 22 januari 2015,
- een verweerschrift met producties, ontvangen op 17 februari 2015.
Rechtbank Limburg
De werknemer is sinds 1998 in dienst bij APG en was werkzaam als Manager HR Services & Information Management. Door een reorganisatie binnen de afdeling Group Shared Services is zijn functie komen te vervallen en is hij boventallig verklaard. Partijen zijn overeengekomen dat de boventalligheid vanaf 8 september 2014 voor de duur van één jaar wordt opgeschort, waarbij de werknemer de ruimte krijgt om binnen APG een andere structurele functie te zoeken.
APG verzocht de kantonrechter om ontbinding van de arbeidsovereenkomst omdat er geen passende werkzaamheden meer voorhanden zouden zijn. De kantonrechter oordeelde dat het verzoek niet kan worden toegewezen zolang de opschorting van boventalligheid loopt en er geen gewichtige nieuwe omstandigheden zijn die een eerdere ontbinding rechtvaardigen.
Verder werd geoordeeld dat het Sociaal Plan niet van toepassing is op de werknemer omdat hij een ‘buiten CAO-er’ is. APG werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten aan de zijde van de werknemer. De ontbindingsverzoek werd afgewezen.
Uitkomst: Het ontbindingsverzoek wordt afgewezen vanwege de overeengekomen opschorting van boventalligheid voor de duur van één jaar.