Uitspraak
RECHTBANK limburg
uitspraak van de meervoudige kamer van 21 april 2015 in de zaak tussen
[eiser], te [woonplaats], eiser
de Minister van Veiligheid en Justitie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.
Rechtbank Limburg
Eiser, werkzaam sinds 1994 bij de Penitentiaire Inrichting Grave, kreeg een disciplinaire straf opgelegd wegens plichtsverzuim. Op 25 maart 2013 verscheen hij te laat en ruikend naar alcohol bij een teamoverleg, vertrok zonder toestemming naar huis ondanks een dienstopdracht en had eerder al waarschuwingen en een berisping ontvangen.
Eiser voerde persoonlijke problemen en een moeizame relatie met zijn leidinggevende aan als verzachtende omstandigheden, maar leverde geen medische stukken ter onderbouwing. De rechtbank stelde vast dat het plichtsverzuim vaststaat en dat de weigering om de dienstopdracht op te volgen ernstig is.
De rechtbank oordeelde dat het opgelegde voorwaardelijk ontslag met een proeftijd van twee jaar passend is gezien de aard van het plichtsverzuim, het dienstverband en de functie van eiser binnen een justitiële inrichting waarbij onkreukbaarheid wordt verwacht.
Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep van de ambtenaar tegen het voorwaardelijk ontslag met een proeftijd van twee jaar wordt ongegrond verklaard.