Uitspraak
5.Eiser heeft op 20 januari 2014 opnieuw een WW-uitkering aangevraagd per
9.De rechtbank overweegt als volgt.
21.Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Limburg
Eiser was werkzaam bij de Koninklijke Marechaussee en werd geschorst en vervolgens ontslagen wegens het heimelijk maken van compromitterende filmopnames van zijn kamergenoot op de legeringskamer. De Minister van Defensie achtte het vertrouwen ernstig beschadigd en het ontslag gerechtvaardigd.
Eiser vroeg een WW-uitkering aan, die werd geweigerd wegens verwijtbare werkloosheid. Verweerder stelde dat het gedrag van eiser een dringende reden voor ontslag vormde en dat eiser verwijtbaar werkloos was geworden. De rechtbank toetste zowel de objectieve als subjectieve dringende reden en concludeerde dat het gedrag van eiser een ernstige inbreuk op de privacy van zijn collega betekende en dat van de werkgever redelijkerwijs niet kon worden gevergd de arbeidsovereenkomst voort te zetten.
Eisers beroep op verminderde verwijtbaarheid en schending van het gelijkheidsbeginsel werd verworpen. De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende onderzoek had gedaan en dat het ontslag en de weigering van de WW-uitkering terecht waren. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid wordt ongegrond verklaard.