ECLI:NL:CRVB:2013:BZ8359
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toekenning WW-uitkering wegens niet verwijtbare werkloosheid
Betrokkene was sinds 1 januari 2004 werkzaam als teamleider bij de gemeente Den Helder. Door organisatieaanpassingen verviel zijn functie waarna hij werd benoemd in algemene dienst. Na een gesprek op 9 juni 2010 over kritiek op zijn functioneren, tekenden partijen op 26 juli 2010 een vaststellingsovereenkomst waarbij betrokkene met ingang van 1 augustus 2010 eervol ontslag kreeg.
Betrokkene vroeg daarop een WW-uitkering aan, die door het Uwv werd toegekend. De gemeente Den Helder maakte bezwaar en stelde dat betrokkene verwijtbaar werkloos was geworden vanwege ernstig plichtsverzuim en het initiatief tot beëindiging van de dienstbetrekking bij betrokkene lag.
De rechtbank oordeelde dat betrokkene niet verwijtbaar werkloos was, omdat het initiatief tot beëindiging bij de werkgever lag en er geen dringende reden was voor ontslag. In hoger beroep handhaafde de Centrale Raad dit oordeel. De Raad concludeerde dat de vermeende tekortkomingen onvoldoende grond boden voor ontslag en dat het feit dat betrokkene meewerkte aan de regeling niet betekent dat hij het initiatief had genomen tot beëindiging van de arbeidsrelatie.
De Raad bevestigde daarmee de toekenning van de WW-uitkering en wees het hoger beroep van de gemeente af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat betrokkene niet verwijtbaar werkloos is geworden en dat de WW-uitkering terecht is toegekend.