Uitspraak
RECHTBANK limburg
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 juli 2015 in de zaak tussen
De erven van [naam overleden eiser] , te Heerlen, eisers,
Zorgkantoor Zuid-Limburg, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
.In het informatiemateriaal, zoals de budgetmap, waren voorbeelden opgenomen. Vast staat dat er zich in het dossier weliswaar zorgovereenkomsten bevinden, maar die zijn niet door [naam overleden eiser] ondertekend. Partijen zijn er ook niet over verdeeld dat de overeenkomsten eerst na het overlijden van [naam overleden eiser] , gedurende de bezwaarprocedure, zijn opgesteld en overgelegd. Eisers voeren in beroep aan dat ten onrechte door verweerder wordt gesteld dat een overeenkomst ondertekend moet zijn. De rechtbank zoekt aansluiting bij de op dit punt gevormde jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) in kinderopvangzaken en verwijst hiervoor naar bijvoorbeeld de uitspraak van 25 juli 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX2585. Uit vaste jurisprudentie in kinderopvangzaken volgt dat wanneer op een overeenkomst een handtekening ontbreekt, niet vast staat dat de kinderopvang op basis van die overeenkomst heeft plaatsgevonden en dat die overeenkomst niet als bewijs van kinderopvang kan dienen. De rechtbank overweegt naar analogie dat nu op de door eisers in de bezwaarprocedure overgelegde overeenkomsten een handtekening van [naam overleden eiser] ontbreekt, niet vast is komen te staan dat de zorg op basis van die overeenkomst heeft plaatsgevonden en dat die overeenkomsten niet als bewijs daarvan kunnen dienen. Geoordeeld moet dan ook worden dat eisers niet beschikken over schriftelijke overeenkomsten die voldoen aan de in het rechtsverkeer daaraan te stellen eisen. De rechtbank acht het begrijpelijk dat, gelet op de gezondheidstoestand van [naam overleden eiser] , het maken van zorgovereenkomsten met zijn echtgenote en kinderen voor hem geen prioriteit had, maar deze omstandigheid kan er niet toe leiden dat voorbij wordt gegaan aan de wettelijke eis dat de rechtmatigheid van de besteding van het toegekende PGB objectief moet kunnen worden gecontroleerd. De stelling van eisers dat zij wel kosten voor de zorg hebben gemaakt doet aan het vereiste van een ondertekende overeenkomst niet af.
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op