Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
- het op 9 februari 2016 ter griffie ontvangen verzoekschrift
2.De feiten en het verzoek
3.De beoordeling
- dagvaarding € 61,51
- griffierecht 117,00
- salaris gemachtigde
4.De beslissing
coll:
Rechtbank Limburg
De werknemer trad op 4 november 2015 in dienst bij de werkgever als Application Engineer Electronics. Op 1 december 2015 meldde de werknemer zich ziek en reageerde daarna niet meer op schriftelijke en telefonische verzoeken van de werkgever en de bedrijfsarts. De werkgever verzocht de ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van verwijtbaar handelen van de werknemer wegens het niet naleven van voorschriften en het niet gehoorzamen aan de oproep van de bedrijfsarts.
De werknemer verscheen niet op de mondelinge behandeling en voerde geen verweer. De kantonrechter stelde vast dat de werknemer correct was opgeroepen en dat er geen opzegverboden van toepassing waren. De niet weersproken feiten boden een redelijke grond voor ontbinding op grond van artikel 7:669 lid 3 sub e BW Pro.
De kantonrechter wees het verzoek van de werkgever toe en ontbond de arbeidsovereenkomst met ingang van de datum van de beschikking. De werknemer werd veroordeeld in de proceskosten, begroot op € 578,51. De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden wegens verwijtbaar handelen van de werknemer met onmiddellijke ingang.