ECLI:NL:RBLIM:2017:10269
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Betaling aanzegvergoeding wegens niet tijdige schriftelijke aanzegging verlenging arbeidsovereenkomst
Werknemer trad op 1 juni 2016 in dienst bij Novoferm Nederland BV voor bepaalde tijd van 12 maanden. In de schriftelijke arbeidsovereenkomst was een aanzegging opgenomen die zag op beëindiging van het dienstverband per 1 juni 2017. Op 10 mei 2017 werd werknemer mondeling medegedeeld dat het contract zou worden omgezet naar onbepaalde tijd, welke schriftelijk op 24 mei 2017 werd vastgelegd en ondertekend.
Werknemer heeft het dienstverband in juni 2017 opgezegd met ingang van 1 augustus 2017. Hij vordert betaling van de aanzegvergoeding omdat de werkgever niet tijdig schriftelijk heeft aangezegd dat het contract zou worden verlengd, zoals vereist in artikel 7:668 lid 3 BW Pro. Werkgever stelde dat aan de aanzegplicht was voldaan door de schriftelijke aanzegging in de oorspronkelijke arbeidsovereenkomst en de mondelinge toezegging.
De kantonrechter oordeelt dat de aanzegging in de oorspronkelijke overeenkomst slechts ziet op beëindiging en dat een herroeping daarvan schriftelijk moet plaatsvinden uiterlijk één maand voor het einde van het contract. De mondelinge toezegging van 10 mei 2017 voldoet niet aan de schriftelijkheidseis. De schriftelijke verlenging op 24 mei 2017 geldt als aanzegging, maar is te laat. Hierdoor is de werkgever gehouden een aanzegvergoeding te betalen over de periode van 1 mei tot 24 mei 2017, begroot op € 2.439,36 bruto. De werkgever wordt veroordeeld tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten.
Uitkomst: Werkgever is gehouden aanzegvergoeding te betalen over de periode van 1 mei tot 24 mei 2017 wegens niet tijdige schriftelijke aanzegging verlenging arbeidsovereenkomst.