Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
- het verzoekschrift met 28 bijlagen
- het verweerschrift met 38 bijlagen
- de door Budé nagezonden bijlagen 28 tot en met 43
- de door [verweerder, tevens verzoeker in het tegenverzoek] nagezonden bijlagen 39 tot en met 49
- de mondelinge behandeling op 31 oktober 2017, waarbij [verweerder, tevens verzoeker in het tegenverzoek] en Budé pleitnota’s overgelegd hebben.
2.De feiten
“Ik kreeg de mail ook al geforward van [naam lid RvC 2][ [naam lid RvC 2] ]
. Een bizarre reactie, die alleen een kat in het nauw kan maken. Hoe moeilijk ook, probeer het niet persoonlijk aan te trekken. Jij doet niets verkeerd!! Integendeel! Ik zag de reactie van [naam lid RvC 2] aan [naam bestuurder][ [naam bestuurder] ]
. Goede mail en goede reactie. Succes morgen en weet dat je je altijd een dag ziek kan melden.”
3.Het geschil
4.De beoordeling
- primair: verwijtbaar handelen of nalaten van [verweerder, tevens verzoeker in het tegenverzoek] in de zin van art. 7:669 lid 3 aanhef Pro en onder e BW.
- subsidiair een verstoorde arbeidsverhouding in de zin van 7:669 lid 3 aanhef en onder g BW
- meer subsidiair andere omstandigheden in de zin van 7:669 lid 3 aanhef en onder h BW.