Werknemer is sinds 19 juli 1997 in dienst bij werkgever en is vanaf 3 juli 2014 arbeidsongeschikt. Sinds 30 juni 2016 ontvangt werknemer een IVA-uitkering. Werknemer vordert betaling van resterende verlofuren, vakantietoeslag en een verklaring dat werkgever de arbeidsovereenkomst onrechtmatig niet heeft opgezegd om betaling van de transitievergoeding te vermijden.
Werkgever stelt dat de arbeidsovereenkomst door werknemer is beëindigd en dat er geen wettelijke verplichting bestaat om een slapend dienstverband te beëindigen of transitievergoeding te betalen. Werkgever heeft in mei 2017 een bedrag betaald voor verlofuren en vakantietoeslag.
De kantonrechter oordeelt dat uit de correspondentie geen opzegging kan worden afgeleid en dat het dienstverband nog voortduurt als een slapend dienstverband. De loonbetalingsverplichting is vervallen, maar er bestaat geen verplichting tot beëindiging of eindafrekening zolang het dienstverband voortduurt. Het slapend laten voortbestaan van de arbeidsovereenkomst om betaling van de transitievergoeding te vermijden is volgens jurisprudentie niet onrechtmatig of strijdig met goed werkgeverschap.
Daarom worden de vorderingen van werknemer afgewezen en wordt werknemer veroordeeld in de proceskosten van werkgever.