Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
- “dat hij dat meer keer doet en likken ook meer keer
- zij met [verdachte 1] doet spelen bij [verdachte 1] thuis
- zij dan met zijn tweetjes thuis in de huiskamer zijn
- als [verdachte 1] haar billen likt er niemand bij is, mama ook niet
- alleen [verdachte 1] erbij is
- hij likt dan met de tong, dáár (wijst haar kruis aan)
- [verdachte 1] haar hand pakt om zijn pilie aan te raken
- zij dat niet leuk vindt
- zij dan moet duwen
- als hij doet likken doet hij haar broek en onderbroek naar onderen
- hij zegt dan knabbel
- het altijd dezelfde keer is als hij doet likken en hij haar hand pakt om aan de pielie te zitten
- er nooit iemand bij is geweest.”
steunbewijshoeft, zo volgt uit de jurisprudentie van de Hoge Raad, bij zedenzaken niet per definitie te zien op de ontuchtige handelingen zelf, maar kan ook betrekking hebben op de context, oftewel de omstandigheden, waaronder deze werden verricht (HR 6 maart 2012, ECLI:NL:HR:2012:BS7910, HR 10 juni 2014, ECLI:NL:HR:2014:1354 en HR 15 mei 2018, ECLI:NL:PHR:2018:217).
schakelbewijssprake zijn als sprake is van meerdere feiten met verschillende slachtoffers en de verklaringen van deze slachtoffers elkaar over en weer ondersteunen voor wat betreft de aard van de aan de verdachte verweten handelingen en de wijze waarop of de omstandigheden waaronder die handelingen plaatsvonden, waardoor er een patroon (modus operandi) herkenbaar aanwezig is in het gedrag van de verdachte.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
‘gezien het ontbreken van een stoornis en gezien de inschatting dat het lage verbale IQ geen invloed heeft gehad op de kennende of sturende functies ten tijde van het ten laste gelegde’.
6.De straf en/of de maatregel
daarnaastook een voorwaardelijke gevangenisstraf van 12 maanden aan de verdachte opleggen en bevelen dat de proeftijd zal worden gesteld op vijf jaren. Gedurende deze proeftijd van vijf jaren zal de verdachte zich moeten houden de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering. De rechtbank heeft daartoe als volgt overwogen. De verdachte heeft zich vanaf 2010 tot de aangifte door de moeder van [slachtoffer 1] in juli 2017, dus in een periode van 7 jaar, schuldig gemaakt aan seksueel misbruik van jonge meisjes. De verdachte heeft in die periode twee slachtoffers gemaakt, want nadat het seksueel misbruik van [slachtoffer 2] in 2012 stopte, maakte de verdachte vijf jaar later, in januari 2017, met [slachtoffer 1] een nieuw slachtoffer. Gelet daarop is de rechtbank van oordeel dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte wederom een dergelijk misdrijf zal begaan. Het is ook niet uit te sluiten dat verdachte in zijn nieuwe woonomgeving opnieuw in nauw contact zal treden met ouders van jonge meisjes. Een punt van zorg bij de rechtbank is bovendien dat de verdachte geen openheid van zaken heeft gegeven over zijn seksuele voorkeuren. Zo heeft hij in de verhoren bij de politie wisselend verklaard over zijn seksuele activiteiten in het heden en het verleden. In zijn gesprekken met de psychologen en psychiater heeft de verdachte met klem ontkend dat hij pedofiele gevoelens heeft, terwijl hij zich wel schuldig heeft gemaakt aan seksueel misbruik van twee meisjes van onder de twaalf jaar oud. Een voorwaardelijke gevangenisstraf van 12 maanden én een lange proeftijd van 5 jaar, waarbinnen de verdachte zich indien nodig zal moeten laten behandelen, acht de rechtbank dan ook noodzakelijk.
7.De voorlopige hechtenis
8.De benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregel
9.De wettelijke voorschriften
10.De beslissing
- verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte voor de bewezenverklaarde feiten 1 en 2 tot een
- beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- beveelt dat van de straf een gedeelte, groot
- wijst de vordering van de benadeelde partij, [slachtoffer 1] (wettelijk vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger slachtoffer] ), wonende te [geboorteplaats] , volledig toe en veroordeelt de verdachte, die voor het gehele bedrag aansprakelijk is, om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij te betalen € 5.000,00 (zegge: vijfduizend euro), te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode vanaf de datum van dit vonnis tot aan de dag van de volledige voldoening;
- veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader
- wijst de vordering van de benadeelde partij, [slachtoffer 2] , wonende te [geboorteplaats] , volledig toe en veroordeelt de verdachte, die voor het gehele bedrag aansprakelijk is, om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij te betalen € 5.023,65 (zegge: vijfduizenddrieëntwintig euro en vijfenzestig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente, te berekenen over het bedrag van € 23,65 vanaf 24 januari 2018 en over het bedrag van € 5.000,00 vanaf de datum van dit vonnis, tot aan de dag van de volledige voldoening;
- veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader