Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.Voorvraag
4.De beoordeling van het bewijs
- verdachte de sleutel van de woning die hij in zijn bezit had al lange tijd daarvoor aan aangeefster heeft teruggegeven;
- er geen sporen zijn gevonden die naar verdachte te herleiden zijn;
- uit het rapport van het NFI blijkt dat de brandversnellers die in de auto van verdachte zijn aangetroffen, niet overeenkomen met de brandversnellers die zijn gebruikt bij de brandstichting;
- er geen bijzonderheden zijn gekomen uit telecomgegevens, nadat is gekeken of de telefoon van verdachte heeft aangestraald op de dichtstbijzijnde mast.
opzetop het maken van een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van aangever [slachtoffer 2] .
Vooraf
De bewijsmiddelen: wat is er gebeurd?
ik zie duidelijk dat je verder bent gegaan’. ‘
Ik bemerk ook dat het voor jou veel gemakkelijker is om mij te vergeten, daar jij mij alleen voor de seks hebt gebruikt en je dit gemakkelijker kunt vervangen, omdat je nu weer een nieuwe partner hebt’;
Ik heb aangifte gedaan bij de politie wegens stalking tegen je. Laat mij, [slachtoffer 2] en mijn vrienden met rust, anders heeft het verdere consequenties voor je. Ik wil je niet zien, horen of lezen.”Hierop reageert verdachte drie minuten later met het bericht “
Ik stalk je niet. Ik zal de berichten laten lezen Facebook etc whats app dat wij een relatie hadden. Ik zie het proces binnen vallen dan.”
;
de rechtbank: dit betreft dezelfde brief als de brief die als bijlage 1 bij de aangifte van [slachtoffer 1] d.d. 24 maart 2016 is gevoegd]zelf heeft geschreven en eerst op 14 oktober 2015 op Facebook naar [slachtoffer 2] heeft gestuurd en op 16 oktober 2015 nogmaals naar diens werk. Dit laatste deed hij, omdat hij geen ontvangstbevestiging had gekregen en hij dus niet zag of het bericht was aangekomen.
Ik heb een bericht voor je’en mogelijk ‘
Ik ga het drie keer herhalen’. Ze raakte hiervan zo in paniek dat ze de verbinding heeft verbroken. Vervolgens heeft zij met een collega geprobeerd het telefoonnummer terug te bellen, maar dat ging direct naar de voicemail.
- Haar één e-mail heeft gestuurd;
- Haar op 21 en 22 maart 2016 meerdere gesproken sms-/spraakberichten heeft gestuurd.
[de rechtbank: dit betreft dezelfde brief als de brief die als bijlage 1 bij de aangifte van [slachtoffer 1] van 24 maart 2016 is toegevoegd].
de rechtbank: dit betreft dezelfde brief als de brief die als bijlage 2 bij het verhoor van [slachtoffer 2] is gevoegd]zelf heeft geschreven en eerst op 14 oktober 2015 op Facebook naar [slachtoffer 2] heeft gestuurd en op 16 oktober 2015 nogmaals naar diens werk. Dit laatste deed hij, omdat hij geen ontvangstbevestiging had gekregen en hij dus niet zag of het bericht was aangekomen.
de rechtbank verwijst naar pagina 384 en 385 van het onder voetnoot 1 genoemde proces-verbaal voor het overzicht van de data]. [slachtoffer 2] had deze data en tijdstippen vergeleken met zijn agenda en geconstateerd dat deze overeenkwamen met de afspraken in zijn agenda. De agenda is als bijlage aan de aangifte gehecht. [slachtoffer 1] en hij waren zich doodgeschrokken. Het zoveelste incident was en de impact op hun dagelijks leven groot is.
- Op 13 oktober 2015 het kenteken van de auto van [slachtoffer 2] heeft bevraagd, teneinde aan zijn NAW-gegevens te komen (n);
- [slachtoffer 2] twee keer een brief heeft gestuurd (b en c);
Waarom maak je mijn leven kapot?’ Ze herkende direct de stem van verdachte, daar was geen twijfel over mogelijk, verklaarde ze. Haar kinderen waren helemaal overstuur. Zij heeft daarop 112, haar vader en de onderbuurvrouw gebeld. Om 19:57 uur hoorde ze vervolgens dat haar mobiele telefoon ging. Ze nam de telefoon op en hoorde ‘
[slachtoffer 1] ’en wat onduidelijk gebrabbel. Ze zette haar telefoon direct op de luidspreker en hoorde dat verdachte zei: ‘
Ik wil met je praten’,
‘Alsjeblieft’en ‘
Neem contact op’. Hij zei dit als drie losse zinnen met pauzes daartussen. Ze hoorde direct aan zijn stem dat het verdachte was. Ze merkte wel dat hij met iets andere stem praatte, maar ze herkende direct dat hij het was. Haar vader zat op dat moment naast haar.
[naam 2] ’, ‘
[slachtoffer 1] , kom nou, Ik wil alleen met je praten’, ‘
[slachtoffer 1] , waarom maak je mijn leven kapot’en ‘
Ik heb niks fout gedaan’. Tevens verklaarde [naam 1] dat ze de dochters van [slachtoffer 1] hoorde gillen en huilen en dat een dochter zei: ‘
oh mama, dat vind ik eng.’ [32]
neem contact met mij op’.
Ze verklaarde dat ze op 17 maart 2017 met haar nieuwe vriend, [naam 3] , en nog een vriendin bij een poppodium (Grenswerk) te Venlo was. [35] Verdachte was er ook. Ze verklaarde dat hij bij het langslopen op geïrriteerde toon “
[slachtoffer 1]” zei en haar vervolgens achtervolgde. Ze heeft de situatie aan de beveiliging gemeld. Verdachte heeft de gehele avond vlak bij hen gestaan en ervoor gezorgd dat hij goed zicht op haar had.
, waarom maak je mijn leven kapot’– woorden die ook de onderbuurvrouw heeft gehoord – passen in het beeld van verdachte, die in zowel 2015 als 2016 in een e-mail en diverse telefoontjes en spraakberichten [slachtoffer 1] ’ aandacht vraagt en haar ook in 2017 (zie hiervoor) kennelijk nog niet heeft kunnen loslaten.
ik wil met je praten’en ‘
neem contact met mij op’– laatstgenoemde bewoordingen zijn ook door de vader van [slachtoffer 1] gehoord – in de lijn zijn met eerdere berichten van verdachte richting [slachtoffer 1] .
Bewijsoverweging feit 1: is er sprake van belaging van [slachtoffer 1] ?
inbreukop de persoonlijke levenssfeer is sprake indien de persoon in kwestie de storing niet wenst, hetgeen betekent dat de contacten dienen te geschieden zonder (impliciete) toestemming. Hoewel dit niet betekent dat vereist is dat het slachtoffer voorafgaand aan de gedragingen nadrukkelijk kenbaar moet hebben gemaakt geen contact meer te willen (zie HR 2 juni 2015,
NJ 2015/280), moet naar het oordeel van de rechtbank wel op enig moment duidelijk zijn gemaakt dat de vormen van contact die in een relatie gebruikelijk zijn, niet langer gewenst zijn.
- in 2015 en 2016 meermalen en in 2017 eenmaal naar [slachtoffer 1] gebeld, ‘gewoon’, maar ook anoniem;
- in 2015 een e-mail naar haar gestuurd;
- in 2015 meermaals en in 2016 eenmaal bij haar werk en woning langsgegaan. Ook later, in maart 2017, is hij nog een keer bij haar woning langsgegaan, waarbij hij ook de kinderen angst heeft aangejaagd door hun namen te roepen;
- op 21 maart smsjes gestuurd en op 22 maart 2016 bedreigende smsjes gestuurd, die [slachtoffer 1] als geautomatiseerde berichten moest afluisteren.
- op 13 oktober 2015 het kenteken van haar vriend heeft bevraagd om zo achter zijn NAW-gegevens te komen;
- in 2015 2x een brief heeft gestuurd naar haar vriend;
- in 2016 gedurende enkele weken de auto van haar vriend heeft gevolgd;
Bewijsoverweging feit 3: is er sprake van bedreiging?
Ik kan je niet de veiligheid garanderen voor jou en je twee dochters als hij geen medewerking zal blijven geven zoals afgesproken’en ‘
wij hebben jou en je dochters deze keer gespaard. Let je de volgende keer op als je de ganzen naar buiten laat.’ De bewoordingen zijn op zichzelf bedreigend en ze hebben [slachtoffer 1] ook vrees aangejaagd. Nu deze bewoordingen kennelijk refereren aan de brand die ruim een maand eerder in de woning van [slachtoffer 1] heeft gewoed, leveren deze bewoordingen naar het oordeel van de rechtbank bedreigingen
gericht tegen het leven op.
Bewijsoverweging feit 4: is er sprake van belaging van [slachtoffer 2] ?
- Op 13 oktober 2015 het kenteken van de auto van [slachtoffer 2] heeft bevraagd, teneinde aan zijn NAW-gegevens te komen (n);
- [slachtoffer 2] twee keer een brief heeft gestuurd (b en c);
is een kluis bestand tegen brand” en op 16 februari 2016 op “
[slachtoffer 1] brand”.Ook heeft hij op 7 februari 2016 de website van de brandweer Barendrecht bezocht.
De bewijsmiddelen
Bewijsoverweging feit 5
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De straf
NJ2015, 8.
8.De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
9.De wettelijke voorschriften
10.De beslissing
- verklaart het onder 1, 3, 4 en 5 tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 4.4 is omschreven;
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 5 is omschreven;
- verklaart verdachte strafbaar;
- veroordeelt verdachte voor feit 1, 3, 4 en 5 tot een
- bepaalt dat de voorwaardelijke straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd:
- zich heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit of
- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de Identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden of
- geen medewerking heeft verleend aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;
bijzondere voorwaarden, waaraan de veroordeelde gedurende de proeftijd heeft te voldoen:
- geeft de reclassering opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;
- beveelt dat de algemene en bijzondere voorwaarden, alsmede het door de reclassering uit te oefenen toezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn;
- veroordeelt verdachte voor feit 1, 3, 4 en 5 tot een
- beveelt dat indien de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 120 dagen;
- bepaalt dat de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] , wonende te Arcen, ten aanzien van de
- wijst de vordering van de benadeelde partij met betrekking tot
- verklaart de vordering voor het overige niet-ontvankelijk en bepaalt dat zij dit gedeelte van haar vordering slechts bij burgerlijke rechter kan aanbrengen;
- veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot op heden op € 500,00;
- legt aan de verdachte
- bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat, daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat in zoverre komt te vervallen.