De werknemer, sinds 1979 in dienst bij de zorginstelling Envida, werd op non-actief gesteld na twee incidenten met medicatie in december 2017. Op 16 december werd medicatie niet tijdig toegediend en vervolgens weggegooid, en op 18 december werden zetpillen abusievelijk als ampullen geregistreerd en meegenomen naar huis.
Na gesprekken en onderzoek door Envida, waarbij ook verklaringen van collega’s werden betrokken, werd geconcludeerd dat het vertrouwen in de werknemer onherstelbaar beschadigd was. Envida bood een verbetertraject en herplaatsing aan op een andere locatie, wat de werknemer afwees. Later werd een aangepast aanbod gedaan om de werkzaamheden als EVV-er elders te hervatten.
De kantonrechter oordeelde dat de non-actiefstelling op redelijke en zwaarwegende gronden berustte en dat het aanbod van Envida redelijk was. De vordering tot onmiddellijke wedertewerkstelling en betaling van loon werd afgewezen, terwijl het loon al werd doorbetaald. De werknemer werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten.