Arte Espina B.V. was een groothandel in kleden en tapijten waar de werknemer sinds 2009 als hoofd boekhouding werkte. De werknemer werd in februari 2016 op staande voet ontslagen vanwege frauduleuze handelingen, waaronder het indienen van frauduleuze btw-aangiften. Arte Espina werd in juni 2017 failliet verklaard, waarna TTI als pandhouder de procedure voortzette.
TTI vorderde een verklaring voor recht dat de werknemer onrechtmatig handelde en een schadevergoeding van ruim €371.000 plus incassokosten. De werknemer erkende de fraude maar stelde dat zijn handelen niet aan hem kon worden toegerekend vanwege een gokverslaving die het gevolg was van werkdruk en stress. Deze verslaving werd onvoldoende onderbouwd, waardoor dit verweer werd verworpen.
De kantonrechter oordeelde dat de werknemer onrechtmatig handelde en veroordeelde hem tot betaling van de schadevergoeding en proceskosten. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten werden afgewezen wegens het ontbreken van een kosteloze aanmaning. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.