Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
2.De feiten
3.Het verzoek
4.De beoordeling
art. 7:669 lid Pro 3, onderdeel e, BW is aan te merken.
5.De beslissing
1 juni 2018;
Rechtbank Limburg
De werknemer is sinds december 2012 in dienst als schoonmaakster en meldde zich op 20 november 2017 ziek. Na deze ziekmelding heeft de werkgever herhaaldelijk geprobeerd contact te krijgen, onder meer telefonisch en via brieven, zonder resultaat. De werknemer reageerde niet op verzoeken om contact en was niet thuis bij een huisbezoek.
De werkgever startte daarop een ontbindingsprocedure op grond van de zogenoemde e-grond (verwijtbaar handelen of nalaten) zoals bedoeld in artikel 7:669 lid 3 BW Pro. De werknemer was bij de mondelinge behandelingen niet verschenen, ondanks oproeping bij exploot, waardoor verstek kon worden verleend.
De kantonrechter oordeelde dat het niet reageren en het niet verschijnen op het werk zonder bericht van verhindering verwijtbaar is en een redelijke grond voor ontbinding vormt. De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden met ingang van 1 juni 2018, rekening houdend met de opzegtermijn en duur van de procedure. De werknemer wordt veroordeeld in de proceskosten van €184,65.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden met ingang van 1 juni 2018 wegens verwijtbaar handelen van de werknemer.