In deze zaak staat centraal of de werknemer terecht op staande voet is ontslagen wegens het ontvreemden van goud uit het bedrijf. De werkgever, Inashco B.V., vermoedde in april 2018 dat werknemers waardevolle metalen ontvreemdden en schakelde een bedrijfsrecherche in. Na onderzoek en gesprekken met meerdere werknemers die bekendten met ontvreemding, werden ook verklaringen afgelegd waarin de werknemer werd genoemd als dader.
De werknemer ontkende de beschuldigingen en verzocht vernietiging van het ontslag op staande voet. De kantonrechter oordeelde dat de verklaringen van drie onafhankelijke werknemers, die elkaar grotendeels bevestigden, voldoende bewijs vormden dat de werknemer goud had ontvreemd. De stellingen van de werknemer dat de verklaringen onbetrouwbaar of beïnvloed waren, werden verworpen.
De kantonrechter stelde vast dat het ontslag onverwijld was gegeven en niet samenhing met ziekte van de werknemer. Gezien het ernstig verwijtbare handelen van de werknemer was het ontslag gerechtvaardigd en was geen transitie- of billijke vergoeding verschuldigd. Het verzoek tot vernietiging van het ontslag werd afgewezen en de werknemer werd veroordeeld in de proceskosten.