De werkneemster is sinds 2009 in dienst bij de werkgever als verkoopster. In de afgelopen jaren hebben zich meerdere incidenten voorgedaan, waaronder ontoelaatbare bejegening en problemen met ziekmeldingen. Ondanks herhaalde waarschuwingen heeft de werkneemster haar gedrag niet verbeterd en reageert zij met verbale agressie.
Na mediation en overleg is geen overeenstemming bereikt over beëindiging van de arbeidsovereenkomst. De werkgever verzoekt ontbinding op grond van verwijtbaar handelen en een verstoorde arbeidsrelatie. De werkneemster betwist dit en vraagt om transitie- en billijke vergoeding.
De kantonrechter oordeelt dat het gedrag van de werkneemster een redelijke grond vormt voor ontbinding en dat herplaatsing niet mogelijk is. De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden met ingang van 1 mei 2019. De transitievergoeding wordt toegekend, maar de billijke vergoeding wordt afgewezen wegens ontbreken van ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever. Proceskosten worden ieder voor eigen rekening genomen.