Een buitengewoon opsporingsambtenaar (boa) bij de gemeente Sittard-Geleen werd op staande voet ontslagen vanwege zijn deelname aan een besloten WhatsAppgroep waarin hij zich onbehoorlijk uitliet over collega’s en leidinggevenden. De gemeente stelde dat dit niet-integer gedrag was, wat niet verenigbaar is met zijn functie als boa.
De kantonrechter oordeelde dat de WhatsAppgroep onder de bescherming van het recht op privacy valt en dat de gemeente onrechtmatig kennis had genomen van de inhoud zonder toestemming van de werknemer. Hoewel de uitlatingen onbehoorlijk en kwetsend waren, waren deze privé en niet naar buiten gericht. De kantonrechter erkende de moeilijke werkomstandigheden van boa’s en het feit dat de uitingen voortkwamen uit frustratie.
De rechter concludeerde dat het ontslag op staande voet een buitenproportionele sanctie was gezien de goede staat van dienst van de werknemer, de beslotenheid van de groep, en de ernstige gevolgen van ontslag. Het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst werd afgewezen, en de opzegging werd vernietigd. De gemeente werd veroordeeld tot loondoorbetaling met een gematigde wettelijke verhoging en tot toelating van de werknemer tot zijn werkplek.