Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
- het verzoekschrift met bijlagen 1 t/m 15;
- de mondelinge behandeling op 11 november 2020.
Rechtbank Limburg
De werknemer was sinds november 2018 in dienst van Garage Solutions B.V. als monteur. Vanaf april 2020 meldde hij zich arbeidsongeschikt en werd op staande voet ontslagen, wat later door de kantonrechter werd vernietigd. De werkgever betaalde het loon niet of niet tijdig, ondanks meerdere sommatie en beslaglegging.
De werknemer verzocht ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens niet-nakoming van loonbetalings- en re-integratieverplichtingen, en eiste onder meer transitievergoeding en billijke vergoeding. De werkgever verzette zich niet tegen de ontbinding en transitievergoeding, maar verwees voor de rest naar eerder gevoerd verweer.
De kantonrechter oordeelde dat de werkgever ernstig verwijtbaar heeft gehandeld door het niet betalen van loon, wat geen rechtvaardiging kent. De arbeidsovereenkomst werd ontbonden met ingang van 11 december 2020. De billijke vergoeding werd vastgesteld op €12.000 bruto, lager dan gevorderd, rekening houdend met de omstandigheden en mogelijke uitkering van de werknemer.
Daarnaast werd de transitievergoeding van €2.859,88 bruto toegekend met wettelijke rente, en werd de werkgever veroordeeld in de proceskosten. Verzoeken tot loonbetaling, wettelijke verhoging en buitengerechtelijke kosten werden afgewezen omdat deze reeds in eerdere procedure waren toegewezen.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden wegens ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever en de werknemer ontvangt een billijke vergoeding van €12.000 bruto plus transitievergoeding.