Uitspraak
RECHTBANK limburg
[naam B.V.] , verzoekster,
de Burgemeester van de gemeente Heerlen, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
Rechtbank Limburg
Verzoekster, een zorginstelling die forensische gezondheidszorg verleent, huurt woningen voor haar cliënten. Na een politieonderzoek in een woning werden aanzienlijke hoeveelheden hard- en softdrugs, contant geld en weegschalen aangetroffen. Verzoekster beëindigde daarop de zorgovereenkomst met de toenmalige bewoner, die weer in detentie werd genomen. Vervolgens besloot de burgemeester de woning voor zes maanden te sluiten op grond van de Opiumwet.
Verzoekster en de nieuwe bewoner, ook een cliënt van de zorginstelling, maakten bezwaar tegen het besluit en vroegen om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter oordeelde dat hoewel de burgemeester bevoegd was tot sluiting, er twijfels bestonden over de feitelijke handel vanuit de woning en de evenredigheid van de maatregel, mede gezien het belang van forensische zorg en het ontbreken van verwijtbaarheid van verzoekers.
Daarom werd het besluit geschorst tot zes weken na de beslissing op bezwaar. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten. De uitspraak is definitief en in het openbaar gedaan op 29 maart 2021.
Uitkomst: Het besluit tot sluiting van de woning wordt geschorst tot zes weken na de beslissing op bezwaar.