Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
.De rechtbank acht echter ook bewezen dat de verdachte via Whatsapp met de 25 andere door aangeefster opgegeven telefoonnummers contact heeft gezocht met aangeefster, omdat deze telefoonnummers in de telefoons met respectievelijk IMEI-nummers [IMEI-nummer 1] en [IMEI-nummer 2] hebben gezeten, welke telefoons op 22 oktober 2020 beide uit peilden in [plaats 1] , te weten de dag waarvan de verdachte ook zelf heeft verklaard dat hij een pakketje voor de deur van aangeefster heeft gezet. In een aantal gevallen waarin aangeefster anoniem telefonisch werd benaderd, nam zij op en kwam ze er (steeds) achter dat het de verdachte was die haar had gebeld of liet de verdachte een voicemailbericht achter, zodat de rechtbank bewezen acht dat de verdachte aangeefster ook anoniem heeft gebeld.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf
7.Het beslag
8.De wettelijke voorschriften
9.De vordering tot tenuitvoerlegging
10.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 241 dagen, waarvan 150 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren;
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- verstaat dat tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf volledig zal plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire Pro beginselenwet;
- bepaalt dat het voorwaardelijke gedeelte van de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van een proeftijd van 3 jaren zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;
- stelt de volgende bijzondere voorwaarden, waaraan de veroordeelde gedurende de proeftijd heeft te voldoen:
- geeft aan voornoemde reclasseringsinstelling de opdracht als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;
- voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde gedurende de proeftijd: