ECLI:NL:RVS:2020:1128
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering wijzigingsplan woonbestemming glastuinbouwperceel Westland
Appellant verzocht het college van burgemeester en wethouders van Westland om de bestemming van zijn perceel in De Lier te wijzigen van 'Agrarisch - Glastuinbouw' naar 'Wonen'. Hoewel twee wethouders aanvankelijk bestuurlijk medewerking toezegden, wees het college het verzoek bij besluit van 7 november 2018 af vanwege niet-naleving van wijzigingsvoorwaarden, waaronder de maximale kaveldikte van 1.000 m² en het belemmeren van de glastuinbouw.
Appellant stelde dat het college hem een gerechtvaardigd vertrouwen had gegeven dat medewerking zou worden verleend, en dat hij schade had geleden doordat hij zijn bedrijf had verkocht in de veronderstelling dat de woonbestemming zou worden toegekend. Het college verweerde zich met het belang van de glastuinbouw en het voorkomen van precedentwerking.
De Afdeling oordeelde dat de toezeggingen van de wethouders aan appellant toerekenbaar zijn aan het college en dat appellant gerechtvaardigd mocht vertrouwen op medewerking. Tegelijk erkende de Afdeling dat zwaarder wegende belangen van de glastuinbouw aan het honoreren van dit vertrouwen in de weg kunnen staan. Het college had echter niet onderzocht of appellant recht had op schadevergoeding voor het ontstane vertrouwen.
Daarmee is het besluit in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel (art. 3:2 Awb Pro) genomen. De Afdeling vernietigt het besluit voor zover het niet over schadevergoeding beslist en draagt het college op binnen 26 weken een nieuw besluit te nemen, met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit van het college Westland wordt vernietigd wegens strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel en onvoldoende onderzoek naar schadevergoeding.