Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord
- de conclusie van repliek
- de conclusie van dupliek.
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
- dagvaarding € 109,71
- griffierecht 507,00
- salaris gemachtigde
Rechtbank Limburg
De zaak betreft een uitzendkracht die van 26 mei 2016 tot 1 mei 2019 bij Rockwool werkte en stelt dat hij onterecht in salarisschaal 2 is ingedeeld terwijl vaste werknemers dezelfde werkzaamheden in salarisschaal 3 verrichtten. Hij vordert betaling van het verschil aan loon en emolumenten over de periode tot eind 2018, met wettelijke rente en incassokosten.
Rockwool voert verweer dat de uitzendkracht niet dezelfde werkzaamheden verrichtte als vaste medewerkers en beroept zich op een klachtplicht ex artikel 6:89 BW Pro. De kantonrechter oordeelt dat de klachtplicht niet van toepassing is op de vordering tot nabetaling van loon in de juiste salarisschaal en dat Rockwool onrechtmatig heeft gehandeld door niet toe te zien op correcte verloning conform de cao van Rockwool en artikel 8 van Pro de Waadi.
De kantonrechter stelt vast dat de uitzendkracht voldoende heeft bewezen dat hij dezelfde werkzaamheden verrichtte als vaste medewerkers en wijst de vordering grotendeels toe, met uitzondering van de eindejaarsuitkeringen. Rockwool wordt veroordeeld tot betaling van €6.592,55 bruto achterstallig loon, incassokosten en wettelijke rente, alsmede proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Rockwool wordt veroordeeld tot betaling van €6.592,55 bruto achterstallig loon, incassokosten en wettelijke rente aan de uitzendkracht.