ECLI:NL:RBLIM:2022:4539
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontslag op staande voet wegens bedreiging met brandbare vloeistof bevestigd, recht op transitievergoeding toegekend
De werknemer, sinds 2010 in dienst bij de gemeente Venlo als BOA, werd op 3 februari 2022 op staande voet ontslagen na een incident waarbij hij zichzelf met brandbare vloeistof overgoot en dreigde zichzelf in brand te steken. Hoewel hij ontkende een medewerker te hebben bedreigd, achtte de kantonrechter het incident ernstig genoeg voor ontslag op staande voet.
De werknemer voerde aan dat zijn gedragingen voortkwamen uit een psychische stoornis en dat de werkgever onvoldoende rekening had gehouden met zijn persoonlijke omstandigheden en het re-integratietraject. De gemeente Venlo stelde dat het ontslag gerechtvaardigd was vanwege de ernst van de gedragingen en de impact op medewerkers en de organisatie.
De kantonrechter oordeelde dat het ontslag rechtsgeldig was, ook omdat het incident voorbereid leek en niet impulsief was. De psychische stoornis werd niet bewezen, maar zelfs bij erkenning zou het ontslag gerechtvaardigd blijven. Wel werd vastgesteld dat de gemeente Venlo tekort was geschoten in het re-integratietraject, waardoor toekenning van de transitievergoeding op grond van redelijkheid en billijkheid passend was.
De transitievergoeding werd vastgesteld op €15.909,54 bruto, gebaseerd op het dienstverband vanaf 1 januari 2010 bij de gemeente Venlo, omdat geen sprake was van opvolgend werkgeverschap met de gemeente ’s-Hertogenbosch. Verder werden de overige vorderingen van de werknemer afgewezen en werd de gemeente Venlo in het gelijk gesteld omtrent het recht op verrekening van de eindafrekening met de gefixeerde schadevergoeding.
De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet wordt bevestigd en de werknemer krijgt een transitievergoeding van €15.909,54 bruto toegekend.