ECLI:NL:RBLIM:2022:5877
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling boeteoplegging en openbaarmaking inspectiegegevens bij asbestovertredingen
De rechtbank Limburg heeft op 1 augustus 2022 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak waarin eiser bezwaar maakte tegen een boete van €8.700,- opgelegd door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wegens vijf overtredingen van het Arbobesluit. Daarnaast was het beroep gericht tegen het besluit tot openbaarmaking van inspectiegegevens, waaronder persoonsgegevens van eiser.
De overtredingen betroffen het ontbreken van een asbestinventarisatie voorafgaand aan werkzaamheden, het niet melden van het werk aan de inspectie, het ontbreken van een asbestverwerkingscertificaat, het ontbreken van toezicht door een vakbekwame persoon en het uitvoeren van werkzaamheden zonder vakbekwaamheidscertificaat. De minister handhaafde de boete en de openbaarmaking na bezwaar.
De rechtbank oordeelde dat eiser terecht de overtredingen had begaan en dat de minister bevoegd was de boete op te leggen. Hoewel eiser terecht stelde dat hij in de bezwaarfase niet is gehoord, werd dit gebrek volgens artikel 6:22 Awb Pro gepasseerd omdat eiser niet werd benadeeld. De rechtbank verwierp voorts bezwaren tegen de hoogte van de boete en de rechtmatigheid van de openbaarmaking van persoonsgegevens. De boete werd niet gematigd, mede vanwege de ernst van de overtredingen en het ontbreken van voldoende onderbouwing van preventieve maatregelen door eiser.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, liet de bestreden besluiten in stand, en veroordeelde de minister tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiser.
Uitkomst: De rechtbank handhaaft de boete van €8.700,- en de openbaarmaking van inspectiegegevens, ondanks een procedureel gebrek bij het horen van eiser.