ECLI:NL:RVS:2024:960
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuurlijke boete en openbaarmaking inspectiegegevens bij asbestovertreding
Op 15 juli 2019 constateerde de arbeidsinspectie dat appellant bij werkzaamheden aan een dakkapel asbesthoudend plaatmateriaal gebruikte, wat een overtreding van het Arbeidsomstandighedenbesluit vormt. De minister legde daarop een bestuurlijke boete van €8.700 op en besloot tot openbaarmaking van inspectiegegevens. Appellant maakte bezwaar tegen beide besluiten, welke werden afgewezen door de minister en de rechtbank.
In hoger beroep betoogde appellant onder meer dat hij niet gehoord was, dat de boete onterecht niet was gematigd, en dat de openbaarmaking van persoonsgegevens zijn privacy schond. De Raad van State oordeelde dat het ontbreken van een hoorzitting niet tot gegrondverklaring leidt, dat appellant voldoende gelegenheid had om zijn standpunten naar voren te brengen, en dat de rechtbank terecht geen matiging van de boete toekende vanwege onvoldoende onderbouwing van preventieve maatregelen en het niet overschrijden van de redelijke termijn.
Verder werd geoordeeld dat de cumulatie van boetes voor verschillende overtredingen terecht was, dat de vermeende naïviteit van appellant geen reden tot matiging bood, en dat de openbaarmaking van inspectiegegevens inclusief persoonsgegevens niet onrechtmatig was. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de boete van €8.700 en openbaarmaking van inspectiegegevens worden bevestigd.