ECLI:NL:RVS:2022:752
Raad van State
- Hoger beroep
- A.W.M. Bijloos
- G.T.J.M. Jurgens
- J.M.L. Niederer
- Rechtspraak.nl
Sluiting woning wegens drugshandel door zoons ondanks bezwaar hoofdbewoner
Op 17 december 2020 besloot de burgemeester van Amersfoort de woning van [wederpartij] te sluiten voor drie maanden vanwege drugshandel door haar zoons. Bij een politieaanhouding werden aanzienlijke hoeveelheden cocaïne en heroïne gevonden, evenals attributen voor drugshandel in de woning. [wederpartij] maakte bezwaar tegen de sluiting, stellende dat zij niet op de hoogte was van de drugshandel en dat de sluiting onevenredige gevolgen zou hebben.
De rechtbank oordeelde dat de burgemeester wel bevoegd was tot sluiting, maar dat hij in redelijkheid geen gebruik had kunnen maken van die bevoegdheid omdat onvoldoende was aangetoond dat [wederpartij] wetenschap had van de drugshandel. De burgemeester ging hiertegen in hoger beroep.
De Raad van State oordeelde dat [wederpartij] toezicht had moeten houden op wat in haar woning gebeurde, gezien de zichtbare aanwezigheid van drugs en attributen, het langdurige karakter van de handel, en andere omstandigheden zoals het gebruik van dure kleding en het ontbreken van werk bij haar zoons. De burgemeester had voldoende gemotiveerd dat [wederpartij] een verwijt kon worden gemaakt en dat de sluiting noodzakelijk en proportioneel was.
De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigde het vonnis van de rechtbank, verklaarde het hoger beroep van de burgemeester gegrond en verklaarde het beroep van [wederpartij] ongegrond. De sluiting van de woning blijft daarmee gehandhaafd.
Uitkomst: De sluiting van de woning wegens drugshandel door de zoons wordt gehandhaafd en het beroep van de hoofdbewoner wordt ongegrond verklaard.