Uitspraak
RECHTBANK limburg
[naam 1], te [plaats], verzoekster
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente [plaats], verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
Rechtbank Limburg
Verzoekster is huurder van een woning waar bij een onderzoek op 18 november 2021 aanzienlijke hoeveelheden hard- en softdrugs zijn aangetroffen. Op grond hiervan legde het college van burgemeester en wethouders een last onder bestuursdwang op tot sluiting van de woning voor twaalf maanden, ingaande 8 maart 2022. Verzoekster maakte bezwaar en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter stelt vast dat de bevoegdheid tot sluiting niet wordt betwist, maar dat de noodzaak en evenredigheid van het besluit wel ter discussie staan. Hoewel het vermoeden gerechtvaardigd is dat de woning betrokken is bij drugshandel, is niet gebleken van concrete klachten of doorverkoop vanuit de woning. Verzoekster betoogt dat zij geen weet had van de drugs en dat sluiting ernstige gevolgen voor haar heeft vanwege mentale klachten en beperkte financiële middelen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat verweerder onvoldoende heeft onderzocht of er passende vervangende woonruimte beschikbaar is voor verzoekster. De belangen van verzoekster om in de woning te kunnen blijven gedurende de bezwaarprocedure wegen zwaarder dan het belang van onmiddellijke sluiting. Daarom wordt het besluit geschorst tot de bezwaarprocedure is afgerond.
Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van verzoekster. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter Th. Schelfhout op 6 april 2022 en is niet vatbaar voor beroep.
Uitkomst: Het besluit tot sluiting van de woning wordt geschorst tot de bezwaarprocedure is afgerond.