ECLI:NL:RBLIM:2022:6774
Rechtbank Limburg
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen sluiting woning op grond van artikel 13b Opiumwet
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van de burgemeester om zijn (kamer)woning voor drie maanden te sluiten op grond van artikel 13b van de Opiumwet, nadat in de woning een grote hoeveelheid hennep en ketamine was aangetroffen.
De voorzieningenrechter heeft beoordeeld of het verzoek om een voorlopige voorziening, gericht op schorsing van het besluit, gegrond is. De burgemeester mocht de sluiting opleggen omdat de hoeveelheid hennep (245,5 gram) ruimschoots boven de norm voor eigen gebruik ligt, wat wijst op handel. De aanwezigheid van ketamine, hoewel niet onder de Opiumwet vallend, ondersteunt het beeld van drugshandel.
Verzoeker stelde dat zijn ex-partner verantwoordelijk was voor de drugs en dat hij niet op de hoogte was, maar dit werd niet aannemelijk gemaakt. Ook was er geen sprake van bijzondere medische omstandigheden of onmogelijkheid tot het regelen van vervangende woonruimte die een schorsing rechtvaardigen.
De voorzieningenrechter concludeerde dat de burgemeester de woning terecht heeft gesloten en dat het verzoek om voorlopige voorziening moet worden afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van de woning wordt afgewezen.