Uitspraak
RECHTBANK limburg
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 mei 2023
in de zaak tussen
[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres
de Belastingdienst Toeslagen
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.
Rechtbank Limburg
Eiseres ontving in 2020 een beëindigingsvergoeding van haar voormalige werkgever, die zij als nabetaling over 2019 beschouwde en daarom buiten het toetsingsinkomen wilde laten. Verweerder stelde dat de vergoeding in 2020 was betaald en opeisbaar was, zodat deze terecht bij het toetsingsinkomen werd gerekend voor de zorg- en huurtoeslag.
De rechtbank overwoog dat een nabetaling alleen kan worden aangenomen als de betaling na het jaar van opeisbaarheid plaatsvindt. Omdat de vergoeding uiterlijk op 30 januari 2020 opeisbaar was en ook in datzelfde jaar werd betaald, is er geen sprake van een nabetaling over 2019. Dit volgt uit jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Daarnaast is geoordeeld dat de zorgtoeslagregelgeving geen grondslag biedt om inkomensbestanddelen buiten beschouwing te laten, anders dan bij huurtoeslag. De omstandigheden van eiseres, waaronder haar arbeidsongeschiktheid en bijstandsuitkering, vormen geen bijzondere omstandigheden die matiging van terugvordering rechtvaardigen. Verweerder bood de mogelijkheid van een betalingsregeling.
Daarom is het beroep van eiseres ongegrond verklaard en zijn de terugvorderingen van de teveel ontvangen zorg- en huurtoeslag terecht. Er is geen aanleiding voor proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van zorg- en huurtoeslag bevestigd.