Werknemer was sinds 1995 in dienst bij Christoffel Vastgoed B.V. en maakte privégebruik van een bedrijfswagen. Na ziekmelding in 2022 werd de bedrijfswagen ingeleverd en ontving werknemer 70% van zijn salaris. Werkgever hield geen bijtelling in op het salaris ondanks privégebruik.
Na een boekencontrole legde de Belastingdienst een naheffingsaanslag op wegens het niet toepassen van bijtelling voor privégebruik van de bedrijfswagen over 2016-2018. Werkgever wilde dit bedrag van ruim €9.400 verhalen op werknemer door inhouding op het salaris.
De rechtbank oordeelde dat werkgever geen geldige grondslag had om deze naheffing als eindheffing op werknemer te verhalen. Werkgever had kunnen kiezen voor een gewone naheffingsaanslag die juridisch en feitelijk op werknemer verhaald had kunnen worden, maar heeft dit niet gedaan. Bovendien was niet vastgesteld dat afspraken over privégebruik schriftelijk bestonden en had werkgever werknemer nooit aangesproken of een kilometerregistratie gevraagd.
De vorderingen van werknemer tot betaling van achterstallig salaris, wettelijke rente, wettelijke verhoging en buitengerechtelijke kosten werden toegewezen. Werkgever werd veroordeeld tot betaling van deze bedragen en tot het tijdig voldoen van het volledige salaris zonder verrekening van de naheffing. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.