Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
- de dagvaarding;
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
- dagvaarding € 132,29
- griffierecht 86,00
- salaris gemachtigde
Rechtbank Limburg
Werknemer is sinds 2015 in dienst bij werkgever met een arbeidsovereenkomst van gemiddeld 38 uur per week, onder toepassing van een cao die flexibele arbeidstijd regelt. Gedurende negen tot tien maanden werkte werknemer gemiddeld 40 uur per week en vordert een verklaring dat de arbeidsovereenkomst inmiddels 40 uur per week bedraagt.
De werkgever verweert zich met de arbeidsovereenkomst en cao-bepalingen die een flexibele arbeidstijd van 38 uur per week regelen, inclusief een urenregister waarin meer- en minderuren worden bijgehouden en gecompenseerd via tijd-voor-tijd. De cao bepaalt dat meeruren binnen een kalenderjaar moeten worden opgenomen vóór 1 mei van het volgende jaar.
De kantonrechter oordeelt dat de cao en arbeidsovereenkomst duidelijk voorzien in een flexibele arbeidsovereenkomst van gemiddeld 38 uur per week en dat het rechtsvermoeden van artikel 7:610b BW niet slaagt omdat er een duidelijke regeling is voor meeruren. De vordering wordt afgewezen en werknemer wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot vaststelling van een arbeidsovereenkomst van 40 uur per week wordt afgewezen vanwege duidelijke cao-afspraken over flexibele arbeidstijd en compensatie van meeruren.