De burgemeester van Voerendaal heeft op grond van artikel 13b van de Opiumwet een last onder bestuursdwang opgelegd tot sluiting van een woning en garage wegens de aanwezigheid van een hennepkwekerij met 85 planten, een handelshoeveelheid softdrugs. Verzoekers, eigenaar en bewoners van de woning, maakten bezwaar tegen dit besluit en vroegen om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter stelt vast dat de burgemeester bevoegd is tot sluiting van de garage en woning als één samenhangend geheel, gelet op het kadastrale perceel en de elektriciteitsvoorziening. De ernst van de overtreding en de illegale stroomdiefstal rechtvaardigen de sluiting. Verzoekers betogen dat de woning en garage losstaan en dat sluiting van de woning een punitieve sanctie is, wat wordt verworpen.
De voorzieningenrechter oordeelt echter dat de burgemeester onvoldoende heeft gemotiveerd dat de sluiting van de woning evenredig is, omdat onvoldoende rekening is gehouden met de medische situatie van verzoekster (een high risk zwangerschap) en de fysieke en gedragsproblemen van hun minderjarige zoon. Het belang van het kind moet de eerste overweging zijn volgens het Verdrag inzake de rechten van het kind.
Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen en het besluit tot sluiting van de woning en garage geschorst tot zes weken na de beslissing op bezwaar. Tevens wordt de burgemeester veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.