Uitspraak
Last onder dwangsom
de langgerekte strookduidelijk sprake was van meerdere bomen en struiken over een grotere (wisselende) breedte (met gesloten kroonvorming). Het betrof divers loofhout, o.a. knotwilgen, gewone vlier, meidoorn en wilde kers. Dat is ook (steeds) schriftelijk vastgelegd. Eiser heeft zelf aangegeven dat er ook hazelaars aanwezig waren. Die langgerekte strook was verbonden met de
tuin / het erf(van de vervallen boerderij). Slechts een klein deel daarvan, dat verbonden was met de houtopstand op de langgerekte strook, is toen geveld. Daarop stonden met name grotere bomen. Niet (helemaal) uitgesloten is volgens de rechtbank dat er daarbij ook enkele (verwilderde) fruitbomen zijn geveld. De rechtbank volgt daarbij verweerder dat dit deel wellicht ooit een erf / tuin is geweest maar dat was het ten tijde van de velling in ieder geval niet meer omdat toen - dat is niet weersproken - ter plaatse geen bestemming gold die een erf / tuin toeliet.
Invorderingsbeschikking
nade begunstigingstermijn al dan niet gedeeltelijk teniet is gegaan, dan kan dat volgens de rechtbank in het licht van artikel 4.3, tweede lid, van de Wnb nog aan de orde zijn. Maar dat ligt nu niet voor. Dat neemt de overtreding van artikel 4.3, eerste lid, van de Wnb evenwel niet weg.
- verklaart het beroep tegen het bestreden besluit (deels) gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit voor zover dat de omvang van de herplantplicht en de hoogte van de dwangsom betreft;
- verklaart het beroep tegen het wijzigingsbesluit gegrond;
- vernietigt het wijzigingsbesluit voor zover dat ziet op de omvang van de herplantplicht en de hoogte van de (verbeurde) dwangsom;
- voorziet zelf in de zaak door de omvang van de herplantplicht vast te stellen op 2900 m² en de hoogte van de (verbeurde) dwangsom op € 4350,00.
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde delen van het bestreden besluit en het wijzigingsbesluit;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 181,00 aan eiser te