Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
3.Het verzoek en het verweer
4.De beoordeling
CJ
Rechtbank Limburg
Werknemer, geboren in 1956, trad in januari 2023 in dienst bij werkgever en sloot in januari 2024 een tweede arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, een nul-urencontract met urengarantie. Op 4 juni 2024 meldde werknemer zich ziek. Werkgever betaalde het loon zes weken door en stuurde vervolgens een aangetekende brief waarin het contract per 13 juli 2024 werd beëindigd, met verwijzing naar het ontslag na zes weken ziekte voor AOW-gerechtigden.
Werknemer verzocht vernietiging van de opzegging en doorbetaling van loon vanaf 1 september 2024. Werkgever stelde dat instemming of toestemming niet nodig was omdat de arbeidsovereenkomst was aangegaan voordat werknemer de AOW-leeftijd had bereikt. De kantonrechter oordeelde dat werknemer ten tijde van de tweede arbeidsovereenkomst en ziekmelding de AOW-leeftijd al had bereikt, waardoor het ontslagverbod tijdens ziekte zes weken geldt.
Omdat werkgever zonder schriftelijke instemming van werknemer en zonder toestemming van het UWV had opgezegd, handelde zij in strijd met artikel 7:671 lid 1 BW Pro. Het verzoek tot vernietiging van de opzegging werd toegewezen. De doorbetaling van loon werd toegewezen vanaf 17 september 2024, de datum waarop werknemer meldde weer te kunnen werken. Proceskosten werden aan werkgever opgelegd.
Uitkomst: De opzegging wordt vernietigd en werkgever wordt veroordeeld tot doorbetaling van loon vanaf 17 september 2024.