ECLI:NL:RBLIM:2024:4555
Rechtbank Limburg
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen sluiting woning wegens drugshandel
De burgemeester van Heerlen heeft besloten de woning van verzoekster te sluiten voor de duur van twaalf maanden op grond van artikel 13b van de Opiumwet, vanwege de vondst van een handelshoeveelheid harddrugs in de woning. Verzoekster maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het belang van verzoekster bij het treffen van een voorlopige voorziening spoedeisend was, maar dat de burgemeester bevoegd was tot sluiting van de woning. Hoewel verzoekster stelde dat er geen sprake was van feitelijke handel vanuit de woning en dat de sluiting niet noodzakelijk was, vond de rechter dat de omvang van de aangetroffen drugs en de ligging in een kwetsbare wijk een sluiting rechtvaardigen.
De voorzieningenrechter vond echter dat het besluit onvoldoende onderbouwde waarom de sluiting twaalf maanden moest duren in plaats van een kortere periode, maar dit gebrek kon de burgemeester nog herstellen in bezwaar. De belangenafweging leidde tot de conclusie dat de sluiting evenwichtig is en dat het belang van het herstel van de openbare orde zwaarder weegt dan de belangen van verzoekster. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van de woning wordt afgewezen.