ECLI:NL:RBLIM:2024:4753
Rechtbank Limburg
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschriften tegen dwangsombesluiten voor opslag gevaarlijke afvalstoffen afgewezen
Eiseres, eigenaar van twee locaties waar gevaarlijke afvalstoffen zijn opgeslagen, maakte bezwaar tegen dwangsombesluiten van Gedeputeerde Staten Limburg die zij oplegden wegens het ontbreken van een omgevingsvergunning en het opslaan van gevaarlijk afval. De rechtbank beoordeelde zowel het verzoek om voorlopige voorziening als de beroepen tegen de besluiten.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verweerder bevoegd was om handhavend op te treden, omdat sprake was van inrichtingen met IPPC-installaties waarop een vergunningplicht rust. Eiseres kon niet worden vrijgesteld van verantwoordelijkheid als overtreder, ondanks haar betoog dat derden de afvalstoffen hadden aangevoerd zonder juiste melding. De begunstigingstermijnen van twee maanden voor het beëindigen van de overtredingen werden als redelijk en niet onevenredig beoordeeld.
Het aanvullende bezwaarschrift van eiseres werd terecht buiten beschouwing gelaten wegens late indiening, maar dit schaadde haar belangen niet omdat de inhoud alsnog in de bestreden besluiten was betrokken. Ook het beroep op het dienstbaarheidsbeginsel en het verzoek om verlenging van de begunstigingstermijnen werden verworpen. De beroepen werden ongegrond verklaard, het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen, en de begunstigingstermijnen verlengd tot zes weken na de uitspraak.
Uitkomst: De beroepen tegen de dwangsombesluiten worden ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen met verlenging van de begunstigingstermijnen.