Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 augustus 2024 in de zaak tussen
[eiseres] , gevestigd te [vestigingsplaats] , eiseres
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Venlo (het college),
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
€ 210.091,11. [naam] was voor de helft mede-eigenaar van dit pand. Het deel van het pand dat [naam] toekwam is op 15 januari 2015 door de curator in het persoonlijk faillissement van [naam] verkocht en heeft een bedrag van € 312.000,- opgeleverd. Dit levert een wederrechtelijk verkregen voordeel op van € 247.000,- (€ 312.000 - € 65.000). De waardevermeerdering van het pand wordt namelijk aangemerkt als vervolgprofijt. Het LBB concludeert dat [naam] als gevolg van de verkoop van het pand in 2015 een zeer groot voordeel heeft behaald. Dat met dat voordeel in het kader van het persoonlijk faillissement van [naam] zijn schuldeisers zijn betaald, betekent volgens het LBB niet dat het voordeel aan het vermogen van [naam] is onttrokken. Het LBB concludeert verder dat het tijdsverloop geen afbreuk doet aan deze conclusies.
€ 247.000,- als uitgangspunt heeft kunnen nemen.