Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer van 17 oktober 2024 in de zaken tussen
[eiser] , eiser, en [eiseres] , eiseres,
Inleiding
Totstandkoming van de besluiten
Beoordeling door de rechtbank
De leden van de fractie van de VVD vragen of het voor gemeenten mogelijk is om groepen personen uit te sluiten van de toegang tot een algemene voorziening. Indien dit mogelijk is, dan vragen deze leden of er beperkingen aan deze mogelijkheden zijn, of dat dit volledig aan gemeenten wordt overgelaten.
De leden van de VVD-fractie vragen de regering waarom voor de eigen bijdrage voor algemene voorzieningen geen maximum wordt opgelegd ter hoogte van de kostprijs. Voorts vragen deze leden of in de huidige situatie gemeenten al een hogere eigen bijdrage vragen dan de kostprijs van de voorziening.
De leden van de SGP-fractie vragen de regering waar het vertrouwen van de regering op is gebaseerd dat gemeenten veel algemene voorzieningen zullen aanbieden en een stapeling van eigen bijdragen zullen voorkomen om de toegankelijkheid te waarborgen. Zij vragen waar dit in de wet is geregeld. Voorts vragen de leden van de SGP-fractie of de regering mogelijkheden ziet om meer waarborgen in te bouwen waarmee voorkomen wordt dat de combinatie van eigen bijdragen voor algemene voorzieningen en maatwerkvoorzieningen, financieel te zwaar worden om te dragen.
De leden van de CDA-fractie vragen of per gemeente een andere kostprijs kan worden gevraagd voor bijvoorbeeld een rolstoel? Verder vragen deze leden of dit ook geldt voor een voorziening als een aangepaste keuken. Tot slot willen deze leden weten hoe wordt voorkomen dat de verschillen tussen gemeenten te groot worden.
De leden van de CDA-fractie vragen of zij het goed begrijpen dat indien de gemeente er voor kiest om dagbesteding als algemene voorziening aan te bieden de bijdrage die de inwoner betaalt gelijk is aan de kostprijs van de dagbesteding, omdat deze niet onder de eigen bijdrageregeling valt op basis van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015.
de kostprijsvan de verstrekte scootmobiel zoals overeengekomen tussen de gecontracteerde leverancier en het college. De concrete kostprijzen, en daarmee dus de concrete hoogte van de bijdragen, zijn vervolgens door het college in het Besluit [15] vastgesteld op € 42,00 voor een standaard scootmobiel en € 65,00 voor een comfort scootmobiel. De vraag of hier sprake is van ongeoorloofde delegatie komt dan op. Echter is ter zitting ook door de rechtbank met partijen vastgesteld dat de gemeenteraad ten tijde van het wijzigen van de Verordening ten behoeve van de invoering van de algemene voorziening scootmobielen wel op de hoogte was van de concrete kostprijzen van de verschillende types scootmobielen en ook daarmee concreet heeft ingestemd. [16] Dit betekent dat de bedragen (€ 42,00 voor een standaard scootmobiel en € 65,00 voor een comfort scootmobiel) die nu in het Besluit staan en eigenlijk in de Verordening hadden moeten staan, wel zijn goedgekeurd door de gemeenteraad. Hierbij is nog van belang dat verweerder ter zitting heeft toegelicht dat die bedragen sindsdien niet zijn geïndexeerd. De rechtbank komt daarom tot het oordeel dat op dit moment van ongeoorloofde delegatie geen sprake is, waardoor het voorgaande niet aan het oordeel dat er sprake is van aan algemene voorziening in de weg staat.