Appellant, geboren in 1931 en met diverse gezondheidsklachten, diende een aanvraag in voor een maatwerkvoorziening vervoer op grond van de Wmo 2015 nadat de korting op het gebruik van de Taxi voor Iedereen (TvI) werd beëindigd. Het college wees de aanvraag af onder verwijzing naar TvI als algemene voorziening, waarop appellant bezwaar maakte. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat TvI niet kan worden aangemerkt als een algemene voorziening volgens artikel 1.1.1 van de Wmo 2015, omdat de bijdrage niet in de verordening is vastgesteld, er geen contracten met aanbieders zijn gesloten, en de voorziening financieel niet laagdrempelig is. Hierdoor is het college onjuist uitgegaan van TvI als algemene voorziening.
De Raad verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en draagt het college op een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen. Tevens wordt het college veroordeeld in de proceskosten en het betaalde griffierecht aan appellant vergoed. Tegen de nieuwe beslissing kan alleen bij de Raad beroep worden ingesteld.