ECLI:NL:RBLIM:2024:786
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontslag op staande voet niet onverwijld gegeven en daarom niet rechtsgeldig
De werknemer trad op 16 februari 2021 in dienst bij All-In Security als beveiligingsbeambte. Na meerdere klachten over zijn gedrag, waaronder slapen tijdens de dienst en het meenemen van zijn kind naar het werk, gaf de werkgever op 30 oktober 2023 mondeling ontslag op staande voet, bevestigd per brief van 16 november 2023.
De werknemer was vanaf 21 oktober 2023 arbeidsongeschikt wegens ziekte. Hij betwistte dat het ontslag op 30 oktober mondeling was gegeven en stelde dat hij pas na ontvangst van de brief op 16 november kennis nam van het ontslag. De kantonrechter stelde vast dat de werkgever dit niet kon bewijzen en dat het ontslag niet onverwijld was gegeven, zoals vereist volgens artikel 7:677 BW Pro.
De kantonrechter oordeelde dat het ontslag daarom niet rechtsgeldig was en vernietigde het ontslag. De werknemer kreeg tevens toegang tot zijn werkplek en recht op loondoorbetaling vanaf 30 oktober 2023, met inachtneming van de cao-bepalingen over loon bij ziekte. De vordering tot betaling van buitengerechtelijke kosten werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. De werkgever werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet is niet onverwijld gegeven en daarom niet rechtsgeldig; het ontslag wordt vernietigd en loondoorbetaling wordt bevolen.