Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
3.Het verzoek en het verweer
4.De beoordeling
€ 814,00 salaris gemachtigde.
Rechtbank Limburg
Werknemer trad in 2010 in dienst als vrachtautochauffeur/kraanautochauffeur. Na een bedrijfsongeval in december 2019 meldde hij zich ziek en werd hij arbeidsongeschikt verklaard. Werkgever betaalde twee jaar loon door. Sinds maart 2022 verrichtte werknemer werkzaamheden, maar niet in zijn oorspronkelijke functie.
Werknemer meldde zich in april 2023 opnieuw ziek. Werkgever vroeg en kreeg toestemming van het UWV om de arbeidsovereenkomst op te zeggen wegens langdurige arbeidsongeschiktheid. De arbeidsovereenkomst eindigde per 30 juni 2024. Werknemer verzocht herstel van de arbeidsovereenkomst en betaling van loon en een billijke vergoeding.
De kantonrechter oordeelde dat werknemer niet heeft aangetoond dat hij zijn eigen functie volledig heeft hervat of dat aangepast werk de bedongen arbeid is geworden. Hierdoor geldt het opzegverbod tijdens ziekte niet opnieuw. De opzegging met toestemming van het UWV was rechtmatig. Het verzoek tot herstel, loonbetaling, billijke vergoeding en kostenvergoeding werd afgewezen. Werknemer werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek tot herstel van de arbeidsovereenkomst en betaling van loon en vergoeding wordt afgewezen omdat werknemer niet heeft aangetoond dat hij zijn eigen werkzaamheden volledig heeft hervat.